De reisroute

Het vertrek

De Regina Maris vaart uit bij Wilhelmshaven in Duitsland. Je vaart aan de Noordzeekant langs de waddeneilanden, van Mellum tot Texel. Bij gunstige omstandigheden varen we door richting Afrika. Het eerste reisdoel zijn de Canarische Eilanden.

Eerst passeer je het Kanaal. Ter hoogte van het Bretonse plaatsje Brest ligt de Atlantische oceaan voor je. Mocht de oversteek op dat moment niet mogelijk zijn dan is Brest onze eerste stop totdat de wind gunstig is.

De belangrijkste havens onderweg

  1. Wilhelmshaven (Duitsland)
  2. Brest (Frankrijk)
  3. Santa Cruz de Tenerife (Canarische Eilanden)
  4. Mindelo (Cabo Verde)
  5. Portsmouth (Dominica)
  6. Curaçao (Nederland)
  7. Aruba (Nederland, status aparte)
  8. San Blas eilanden (Panama)
  9. Portobelo (Panama)
  10. Port Antonio (Jamaica)
  11. Saint George (Bermuda)
  12. Azoren (Portugal)
  13. IJmuiden, Amsterdam (Nederland)

Richting de kust van Afrika

De Regina Maris steekt nu de Golf van Biskaje over. We varen langs het Spaanse Galicië, Portugal en Marokko, om aan te leggen in Santa Cruz de Tenerife. Hoewel Tenerife en de overige Canarische eilanden bij Spanje horen, ben je dan toch al ruimschoots in Afrika, zuidelijker dan Marrakesh, Algiers, Tripoli of Cairo.

In het voetspoor van de natuurvorsers Alexander von Humboldt en Aimée Bonpland beklim je hier de Pico del Teide, een slapende vulkaan. We overnachten vlak onder de top. De volgende ochtend klim je naar de top om daar de zon te zien opkomen en de verre omgeving te overzien. Toen Alexander von Humboldt en Aimée Bonpland hier in 1799 waren, was de grond nog zo heet dat ze er maar nauwelijks op konden lopen.

De Canarische eilanden breiden zich door vulkanische activiteit in westelijke richting uit. Op de al gevormde eilanden vermindert de vulkanische activiteit. Over het precieze onderliggende mechanisme zijn geologen het nog niet eens. Er zijn breukvlakken van langs – en over – elkaar heen schuivende aardplaten.

Na Tenerife zetten we zeil naar Kaapverdië. Je arriveert er in de havenstad Mindelo. Kaapverdië stond tot 1975 onder Portugees bestuur, wat nog steeds te horen is aan de taal die is voortgekomen uit het middeleeuws Portugees, met daarin Afrikaanse invloeden. Door ontbossing en aanhoudende droogte groeit er maar weinig. Er is ook geen vegetatie meer om vocht vast te kunnen houden. Drinkwater wordt nu kunstmatig uit zeewater gewonnen. De Kaapverdiërs zingen liedjes over een voorbije tijd waarin het eiland groen was, of dromen over een toekomst waarin het landschap weer een groene tuin zal zijn. Het is een goede plek om eens stil te staan bij wat klimaatverandering concreet kan betekenen.

Darwin vond er rotsen met fossielen erin en dat in verschillende lagen, maar de fossielen bleken in elke laag een beetje anders. Waar anderen niet meer dan stenen zagen, bedacht Darwin dat hij naar evolutie keek op een geologische tijdsschaal. Mogelijk is Darwins precieze vindplaats nog op te maken uit de beschrijvingen.

De grote oversteek

Vanaf Kaapverdië steken we de Atlantische oceaan op de passaatwind richting de Caribische zee. Het eerste Caribische eiland dat je na de oversteek zult zien, is Dominica (niet te verwarren met de Dominicaanse Republiek). We komen aan in de haven van Portsmouth.

Dominica kent zowel op land als in de zee beschermde natuurgebieden. Op zee heb je kans om dolfijnen tegen te komen. Aan land is er tropisch woud te vinden dat zowel qua flora als qua fauna zeer gevarieerd is. Met een gids bezoeken we Morne Trois Pitons National Park en komen we onder meer bij Boiling Lake. Water aan de oppervlakte wordt hier door vulkanisme verhit tot wel 95 graden. Uit de diepte borrelen gassen op. In de diepte vermoed men veel hogere temperaturen, maar gemeten zijn die nog niet. Onderweg kom je kleinere hete bronnen tegen. Je kunt daar een picknick houden en een versgekookt eitje maken.

Curaçao en Aruba

Afhankelijk van de windrichting en het weer doen we onderweg verschillende eilanden aan. Soms gaat de Regina Maris daar voor anker en vaar je met de Dinghy naar het strand. Doel is wel om rond kerst en nieuwjaar op de Nederlandse Antillen Curaçao en Aruba te zijn.

Op Curaçao krijg je onder andere een rondleiding in het slavernijmuseum Kura Hulanda in Willemstad. De naam Curaçao komt van het Portugees ‘Coração’, hart (van de handel). De Spanjaarden schreven het als Curaçao en in het Nederlands hebben we die schrijfwijze overgenomen. Die ene naam  vertelt dus eigenlijk al een heel verhaal over de geschiedenis. De taal van de Antillen, het Pappiaments, heeft Spaanse, Franse, Portugese, Afrikaanse, Engelse en Nederlandse invloeden. Al die invloeden staan voor hoofdstukken uit de Antilliaanse geschiedenis.

Kuna Yala

Vanaf de Nederlandse Antillen gaat de reis verder naar de San Blas eilanden. Deze eilanden zijn deel van de Kuna Yala regio, een zelfstandige staat binnen Panama die beschikt over een eigen, door Panama erkende, grondwet. De eilandengroep bestaat uit zo’n 365 eilanden, waarvan 49 bewoond. De wetten overigens, worden in gezongen vorm door de dorpsoudste overgedragen, net als de mythen en verhalen uit de geschiedenis.

De regio is het leefgebied van de Guna indianen (voorheen ‘Kuna’). De Guna waren de oorspronkelijke bewoners van het ondoordringbare grensgebied tussen Colombia en daar waar nu Panama Stad ligt, de Darien Gap. Vanaf ongeveer 1500 trokken de Guna gestadig noordwaarts naar de eilanden en kustgebieden, waar ze vanaf rond 1800 zijn gebleven. Dankzij hun bestuurlijke autonomie hebben de Guna effectief aan natuurbehoud kunnen doen. Sommige van de koraalriffen behoren tot de meest intacte ter wereld.

Tot 1925 was het leefgebied van de Guna verboden terrein voor buitenstaanders. Nog steeds zijn er eilanden waar geen bezoekers worden toegelaten om de oorspronkelijke leefwijze van de bevolking te beschermen tegen invloeden van buitenaf. Tijdens je verblijf leg je contact met de meer geïsoleerde gemeenschappen in dit gebied en leer je hun leefwijze kennen. Bijzonder is hun traditionele vorm van bestuur en hun politieke zelfverzekerdheid, wat gemaakt heeft dat zij als bevolkingsgroep niet gemarginaliseerd zijn, terwijl zij toch aan hun traditionele waarden en leefstijl hebben kunnen vasthouden. Die combinatie is bijzonder. Waar komt die culturele en politieke zelfverzekerdheid vandaan? En waarom werkt hun traditionele bestuursvorm zo goed? En waarom is deze gemeenschap zo vreedzaam? Er zijn veel redenen om hier langer te blijven en deze cultuur van meer nabij te leren kennen.

Traditioneel en modern

De Guna voorzien in hun levensonderhoud met vis, fruit, bakbananen en kokosnoten en blijven tot hoge leeftijd gezond. Sommigen schreven dit toe aan hun traditionele cacaodrank. Misschien zegt dat iets over onze voorkeur voor analytisch denken om één enkele oorzaak te willen vinden. Waarschijnlijker is het dat we naar hun complete leefstijl moeten kijken. De Guna verdienen hun geld primair met handel en met de verkoop van kokosnoten en kreeften. Meer recent wordt er ook textiel met gekleurde geometrische patronen en artisanaal handwerk verkocht. Die patronen worden breed gewaardeerd en ook door westerse modeontwerpers gebruikt. Op een aantal plaatsen is toerisme op gang gekomen.

Het toerisme introduceert ook een westerse leefstijl met het bijbehorende afval. In de oorspronkelijke ‘subsistence economy’ was er nauwelijks afval. De eilanden hadden daardoor nooit een afvalverwerkingssysteem nodig gehad. Dit ‘moderne’ afval wordt nu verbrand of in zee gegooid. De klassieke zeilkano’s van de vissers vormden geen belasting voor het koraalrif, motorschepen daarentegen wel. Een minstens zo groot probleem is de gestage stijging van de zeespiegel; de eilanden verdwijnen langzaam onder water door het broeikaseffect. Dat laatste vraagt om een globale oplossing, maar zouden we de Guna misschien ook oplossingen kunnen aanreiken voor de bescherming van het koraal en voor het omgaan met plastic afval? Oplossingen die meer direct binnen ons bereik liggen?